ECLI:NL:RVS:2017:3531
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing gebruik schuur als woning onder overgangsrecht bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een schuur als woning te beëindigen, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Appellant voerde aan dat de bewoning onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan valt, omdat de schuur reeds sinds 1994 onafgebroken als woning wordt gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bewoning onafgebroken was, mede vanwege tegenstrijdigheden met de Basisregistratie Personen (brp). In hoger beroep heeft appellant aanvullende verklaringen en bewijsstukken overgelegd, waaronder verklaringen van eerdere bewoners en energiejaarafrekeningen, waaruit blijkt dat de schuur nagenoeg ononderbroken bewoond is geweest van 1994 tot 2003.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het gebruik van de schuur als woning op de peildatum van het voorgaande bestemmingsplan plaatsvond en sindsdien vrijwel onafgebroken is voortgezet, zodat dit gebruik onder het overgangsrecht valt. Hierdoor is het college niet bevoegd handhavend op te treden tegen het gebruik van de schuur als woning. Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de overige bouwwerken op het perceel.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het gebruik van de schuur als woning valt onder het overgangsrecht, waardoor het college niet bevoegd is het gebruik te verbieden; het besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen over overige bouwwerken.