ECLI:NL:RVS:2017:3534
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 14 maart 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaarde en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee hij zou worden beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de staatssecretaris de vreemdeling niet naar zijn land van herkomst zal uitzetten, waardoor er geen 'arguable claim' is. Ook waren er geen andere omstandigheden die een voorlopige voorziening rechtvaardigden. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek als kennelijk ongegrond af en oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod wordt afgewezen.