ECLI:NL:RVS:2017:3543
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit hogere waarden wegverkeerslawaai N34-verdubbeling
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe nam op 6 september 2016 een besluit hogere waarden voor drie woningen nabij de provinciale weg N34 in verband met de verdubbeling van deze weg. De eigenaren van twee van deze woningen, appellanten, voerden beroep aan tegen dit besluit vanwege bezwaren over geluidbelasting en de toepassing van geluidsmaatregelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. De appellanten stelden onder meer dat de geluidbelasting verkeerd was berekend, dat een boshuis ten onrechte niet was betrokken bij het akoestisch onderzoek, en dat het college onterecht afzag van het plaatsen van geluidschermen. Daarnaast was er discussie over de maatregelen om binnenwaarden te garanderen en over de aantasting van het woongenot.
De Raad oordeelde dat het college terecht de wettelijke bepalingen toepaste, waaronder de Wet geluidhinder en het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De geluidrapporten waren voldoende onderbouwd en de kostenafwegingen voor geluidschermen waren redelijk. De bezwaren over het woongenot waren niet relevant binnen de toetsing van het besluit hogere waarden. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit hogere waarden voor de N34-verdubbeling worden ongegrond verklaard.