ECLI:NL:RVS:2017:3595
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR over geschiktheid en schorsing rijbewijs wegens onvoldoende motivering
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde verzoekster een onderzoek naar haar geschiktheid op en schorste haar rijbewijs naar aanleiding van een incident op 9 april 2017 en eerdere politiecontacten. Verzoekster betwistte dit besluit en stelde dat het rijgedrag niet onveilig was en dat zij geestelijk geschikt is om te rijden.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat het CBR onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vermoeden van geestelijke ongeschiktheid gerechtvaardigd is. De mutatierapporten en het incident geven geen voldoende grond om het rijbewijs te schorsen of een onderzoek op te leggen.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond, en bepaalt dat het CBR opnieuw moet beslissen met inachtneming van de motiveringseisen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het CBR wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.