ECLI:NL:RVS:2017:3611
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 3 december 2015 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 10 november 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016, toewijsbaar was.
Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.B.M. Hent op 28 december 2017.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.