ECLI:NL:RVS:2017:3615
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 november 2017 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure te ontvangen, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de beroepsprocedure beschermd en wordt voorzien in noodzakelijke opvang en ondersteuning.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.