ECLI:NL:RVS:2017:441
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 29 september 2016 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 23 november 2016 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
Tegen deze uitspraak van de rechtbank hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De Raad van State heeft onderzocht of het hoger beroep tijdig was ingediend, gelet op de wettelijke termijn van één week voor het instellen van hoger beroep tegen een niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad constateerde dat het hogerberoepschrift pas op 20 december 2016 was ingediend, terwijl dit na de termijn van één week was. Er waren geen omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.