ECLI:NL:RVS:2017:45
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verklaring omtrent gedrag voor coffeeshopexploitant
De staatssecretaris weigerde op 24 september 2014 aan appellant, exploitant van een coffeeshop in Harderwijk, een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af te geven. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 16 december 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het daarop ingestelde beroep op 15 december 2015 eveneens ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure bleek dat appellant de coffeeshop bleef exploiteren en op 1 december 2016 een nieuwe VOG-aanvraag indiende, die op 6 december 2016 werd ingewilligd. Appellant stelde dat hij belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat de burgemeester hem in de toekomst mogelijk zou kunnen tegenwerpen dat hij in 2014 enige tijd niet over een VOG beschikte.
De gemachtigde van de burgemeester gaf aan dat een dergelijke tegenwerping niet zal worden gemaakt. Gezien dit standpunt oordeelde de Afdeling dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.