ECLI:NL:RVS:2017:482
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bij kinderopvangtoeslag
Appellante verzocht de Belastingdienst om een persoonlijke betalingsregeling voor teruggevorderde kinderopvangtoeslag over 2013, 2014 en 2015. De Belastingdienst verleende aanvankelijk uitstel en stelde een betalingsregeling vast, maar verklaarde bezwaar gedeeltelijk gegrond en stelde een lagere maandtermijn vast. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat haar toeslagschuld te wijten was aan grove schuld door ernstige nalatigheid.
In hoger beroep betoogde appellante dat de Belastingdienst onterecht geen rekening hield met haar financiële situatie en dat geen sprake was van grove schuld. Zij stelde dat de complexe regelgeving en haar beperkte taalvaardigheid meespelen en dat de opvang in het eerste halfjaar 2013 overeenkwam met de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst een eigen invulling mag geven aan het begrip grove schuld en dat appellante terecht geen betalingsregeling kreeg vanwege ernstige nalatigheid.
De Afdeling benadrukte dat appellante aanzienlijke te hoge voorschotten ontving en dat zij verantwoordelijk is voor de juiste aanvraag en het doorgeven van wijzigingen. Het betoog dat grove schuld niet over het gehele jaar 2013 mag worden aangenomen, faalde wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling bevestigd wegens grove schuld.