ECLI:NL:RVS:2017:511
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 14 augustus 2016 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of het hogerberoepschrift tijdig was ingediend. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedroeg één week en liep af op 26 september 2016. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 19 oktober 2016 ontvangen. De vreemdeling stelde dat hij het stuk op 26 september 2016 via een mail-naar-fax-service had verzonden en overhandigde schermafdrukken en een verzendrapportage ter onderbouwing.
De Raad van State oordeelde dat de faxapparatuur van de Raad op die datum geen ontvangst had geregistreerd en dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om de ontvangst aannemelijk te maken. Hierdoor werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het hogerberoepschrift.