ECLI:NL:RVS:2017:520
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet verstreken beslistermijn asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank Den Haag had dit beroep gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris een dwangsom had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak waarin de rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn en de kennisgeving daarvan was beantwoord. Op basis hiervan oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Vervolgens heeft de Afdeling het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn ten tijde van het instellen van het beroep nog niet was verstreken. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. H.G. Lubberdink op 27 februari 2017.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.