ECLI:NL:RVS:2017:520

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2017
Publicatiedatum
28 februari 2017
Zaaknummer
201609116/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet verstreken beslistermijn asielaanvraag

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank Den Haag had dit beroep gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris een dwangsom had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak waarin de rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn en de kennisgeving daarvan was beantwoord. Op basis hiervan oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.

Vervolgens heeft de Afdeling het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn ten tijde van het instellen van het beroep nog niet was verstreken. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. H.G. Lubberdink op 27 februari 2017.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

Uitspraak

201609116/1/V2.
Datum uitspraak: 27 februari 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 november 2016 in zaak nr. 16/14408 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij uitspraak van 3 november 2016 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing. Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling, nu de beslistermijn ten tijde van het instellen van het beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit niet was verstreken, het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaren.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 november 2016 in zaak nr. 16/14408;
III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Lubberdink w.g. Prins
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017
363-832.