ECLI:NL:RVS:2017:539
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor appartementen en parkeervoorzieningen ondanks bezwaar over parkeernormen
Het college van burgemeester en wethouders van Hulst verleende op 1 mei 2014 een omgevingsvergunning aan Laforma Projectontwikkeling B.V. voor het bouwen van 43 appartementen, een winkelruimte en een parkeerkelder op een perceel aan de Stationsweg, Stationsplein en Havenkaai. Tegen dit besluit maakte appellante bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de parkeernotitie, die ten grondslag lag aan het besluit op bezwaar, gebreken vertoonde, met name omdat 47 parkeerplaatsen op het terrein Havenfort 5c ten onrechte werden meegerekend. Volgens appellante waren deze parkeerplaatsen niet in overeenstemming met het bestemmingsplan en was het terrein geen openbaar parkeerterrein. De Raad van State oordeelde dat het gebruik van deze parkeerplaatsen ten dienste staat van het appartementencomplex en dat het terrein openbaar toegankelijk is en eigendom van de gemeente, waardoor de parkeerplaatsen terecht zijn meegeteld.
Verder stelde appellante dat het college onterecht geen gebruik had gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan om de nabijgelegen percelen in eigendom van appellante te wijzigen in de bestemming 'Parkeren'. De Raad van State vond dat het college met toepassing van artikel 4.3.1 van de planregels de vergunning in redelijkheid kon verlenen en dat het betoog faalde.
Ten slotte stelde appellante dat sprake was van ongeoorloofde staatssteun en strijd met de Wet economische mededinging vanwege een anterieure overeenkomst met Laforma. Dit betoog werd buiten beschouwing gelaten omdat het niet eerder in de procedure was aangevoerd en appellante dit had moeten doen bij de rechtbank.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.