ECLI:NL:RVS:2017:552
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- E. Helder
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vergunningaanvraag Natuurbeschermingswet 1998 onterecht buiten behandeling gelaten
Appellante exploiteert een farmaceutisch bedrijf dat emissies veroorzaakt die neerslaan op een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Zij diende een vergunningaanvraag in op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 om haar activiteiten voort te zetten en uit te breiden. Het college liet de aanvraag buiten behandeling wegens onvolledigheid en weigerde een aanvultermijn te bieden, verwijzend naar het nieuwe recht sinds 1 juli 2015.
Appellante voerde aan dat haar aanvraag voldoende was om te beoordelen en dat het college onredelijk handelde door geen aanvultermijn te geven, zeker gezien de omvangrijke eerdere vergunningen en onderzoeken die zij had ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onterecht een strenge lijn hanteerde en appellante niet de kans gaf om ontbrekende gegevens aan te leveren.
De Afdeling stelde vast dat de ontbrekende stukken eenvoudig bij appellante aanwezig waren en snel aangeleverd hadden kunnen worden, zodat de aanvraag onder het oude recht behandeld had kunnen worden. Het college heeft daarmee de grenzen van redelijkheid overschreden, waardoor het besluit in strijd met de wet was en vernietigd moest worden.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit het vergunningaanvraag buiten behandeling te laten is vernietigd en het beroep is gegrond verklaard.