ECLI:NL:RVS:2017:558
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 19 september 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst rechtmatig was, mede gelet op eerdere uitspraken (ECLI:NL:RVS:2017:209 en ECLI:NL:RVS:2017:210). De door de vreemdeling ingebrachte informatie leidde niet tot een ander oordeel.
De vreemdeling stelde dat Marokko voor hem niet veilig was vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals deelname aan een demonstratie tegen de exploitatie van een zilvermijn en vrees voor exploitanten. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Marokko voor hem niet veilig was, mede omdat hij zich niet bij de autoriteiten had beklaagd en geen bewijs had geleverd dat bescherming zinloos zou zijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.