ECLI:NL:RVS:2017:562
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De vreemdeling diende op 8 november 2016 een asielaanvraag in Nederland in, mede voor haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris nam de aanvraag op 22 december 2016 niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling. De rechtbank vernietigde dit besluit, omdat de staatssecretaris zich onvoldoende had vergewist van de aanwezigheid van een beschermde omgeving voor de kinderen in Duitsland, mede gezien de lopende Nederlandse kinderbeschermingsmaatregelen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de kinderbeschermingsmaatregelen in Duitsland worden overgenomen en dat de kinderen onder toezicht staan van Nidos, waarbij het Duitse Jugendamt zal worden betrokken. Hij gaf aan de asielprocedure aan zich te zullen trekken als de jeugdbescherming in Duitsland niet geregeld kan worden.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was voorafgaand aan het besluit contact op te nemen met de Duitse autoriteiten om de veiligheid van de kinderen te verifiëren, omdat de Dublinverordening voorziet in tijdige en volledige informatieverstrekking aan Duitsland en de mogelijkheid om de asielprocedure aan zich te trekken indien nodig.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.