ECLI:NL:RVS:2017:563
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning
De vreemdeling, geboren in Nederland en later Indonesische nationaliteit verkrijgend, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege haar gezinsleven met haar partner in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het middelenvereiste en het onrechtmatige verblijf zwaarder wogen dan het gezinsleven, en stelde haar eigen belangenafweging boven die van de staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en stelde dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht.
In hoger beroep heeft de Afdeling geoordeeld dat de staatssecretaris de belangen zorgvuldig heeft afgewogen, rekening houdend met de korte duur en beperkte intensiteit van de relatie, het onrechtmatige verblijf en het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden die de gebruikelijke banden met Nederland overstijgen. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigde het belang van een restrictief toelatingsbeleid.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.