ECLI:NL:RVS:2017:598
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij drank- en horecavergunning
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de burgemeester van Valkenswaard waarbij aan een drank- en horecavergunning een voorschrift werd verbonden dat appellante niet in enige zakelijke relatie mocht staan met de vergunninghoudster met betrekking tot de exploitatie van het café. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante geen belanghebbende was.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door het voorschrift schade had geleden omdat haar arbeidsovereenkomst werd beëindigd, waardoor zij inkomsten misliep. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of appellante nog belang had bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat appellante geen belang had omdat zij niet meer als leidinggevende in de gewijzigde aanvraag stond en de keuze om haar niet op te nemen bij de aanvraag bij de vergunninghoudster lag. De burgemeester kon daarom geen voorschrift verbinden aan een persoon die niet in de aanvraag was opgenomen. Hierdoor kon de gestelde schade niet het gevolg zijn van het besluit van de burgemeester.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.