ECLI:NL:RVS:2017:606
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet naleven beroepskracht-kind ratio bij kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan het kindercentrum van appellante een bestuurlijke boete op wegens het niet naleven van de beroepskracht-kind ratio op 2, 3, 9 en 17 september 2014. Appellante voerde aan dat stamgroepen waren samengevoegd wegens ziekte en structurele samenvoeging, en beriep zich op overmacht en verminderd verwijtbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet voldeed aan de ratio en dat het college bevoegd was de boete op te leggen. De rechtbank achtte het samenvoegen van stamgroepen wegens ziekte niet geoorloofd zonder vervanging, en stelde dat de structurele samenvoeging niet aannemelijk was gemaakt en niet voldeed aan wettelijke voorwaarden.
De Raad van State volgde de rechtbank, oordeelde dat het samenvoegen wegens ziekte binnen de praktijk valt maar appellante niet aan de ratio voldeed en overmacht niet aannemelijk was. Ook werd bevestigd dat de structurele samenvoeging niet voldeed aan de eisen van schriftelijke oudertoestemming en het pedagogisch beleidsplan.
De boete werd gematigd door het college, maar verder terecht gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €8.910 wegens het niet naleven van de beroepskracht-kind ratio wordt bevestigd.