ECLI:NL:RVS:2017:638
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 november 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrektermijn op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven behalve het onthouden van de vertrektermijn en het inreisverbod.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat Marokko terecht is aangewezen als veilig land van herkomst en dat de vreemdeling geen individuele omstandigheden had aangevoerd die het onthouden van een vertrektermijn en het inreisverbod disproportioneel maken. Tevens werd het betoog van de vreemdeling dat hij over het inreisverbod had moeten worden gehoord verworpen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.