ECLI:NL:RVS:2017:676
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorzienbaarheid nadeelcompensatie door vernatting bodem na gewijzigd maaibeleid waterschap
De Stichting Nieuwland had het waterschap gevraagd om nadeelcompensatie wegens schade door vernatting van haar bospercelen, veroorzaakt door een gewijzigd maaibeleid dat leidde tot een hogere grondwaterstand. Het waterschap wees het verzoek af, waarna de rechtbank dit oordeel bevestigde.
De stichting stelde in hoger beroep dat de vernatting niet voorzienbaar was en dat het beleid niet gericht was op vernatting maar op het tegengaan van verdroging. Ook voerde zij aan dat een redelijk handelend koper geen onderzoek naar waterhuishouding hoefde te doen en dat de bomen al voor het beleid waren geplant.
De Raad van State oordeelde dat het moment van aankoop bepalend is voor risicoaanvaarding en dat het beleid van het waterschap, openbaar gemaakt in het Strategisch Onderhoudsplan en Operationeel Onderhoudsplan, duidelijk was gericht op waterconservering en het verhogen van de grondwaterstand, met een verhoogd risico op vernatting. Dit maakte de schade voorzienbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.