ECLI:NL:RVS:2017:688
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens onjuiste afvalaanbieding
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 4 maart 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het aanbieden van een doos naast een inzamelvoorziening voor papier, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De doos bevatte reclamedrukwerk met naam en adresgegevens van appellante, waardoor het college haar als overtreder aanmerkte en haar aansprakelijk stelde voor een deel van de kosten.
Appellante voerde aan dat de doos niet van haar was en dat mogelijk iemand anders het reclamedrukwerk uit de container had gehaald en in de doos had gestopt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de persoon aan wie een afvalstof kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet de overtreding heeft gepleegd.
De enkele stelling van appellante was onvoldoende om aannemelijk te maken dat zij niet de overtreder was. Daarom oordeelde de Afdeling dat het college haar terecht als overtreder had aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.