ECLI:NL:RVS:2017:707
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdeling op markt in Den Haag
De minister legde [appellante] een boete op van €12.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder vergunning arbeid verrichtte in marktkramen van [appellante]. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €8.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van een politieambtenaar en een marktcoördinator, die de vreemdeling tijdens een controle aan het werk aantroffen. [appellante] voerde aan dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat verklaringen onbetrouwbaar waren, maar de Raad oordeelde dat de verklaringen rechtmatig en aannemelijk waren en dat de door [appellante] overgelegde getuigenverklaringen onvoldoende waren om het tegendeel te bewijzen.
De Raad bevestigde dat de vreemdeling arbeid verrichtte zonder vergunning en dat [appellante] terecht als werkgever werd aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens illegale tewerkstelling van een vreemdeling zonder vergunning.