ECLI:NL:RVS:2017:755
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring van geen bezwaar wegens veroordeling openlijke geweldpleging
Appellant was bagagemedewerker op luchthaven Schiphol, een vertrouwensfunctie waarvoor een verklaring van geen bezwaar vereist is. Na een veiligheidsonderzoek werd hem deze verklaring toegekend, maar de minister trok deze in nadat appellant in hoger beroep onherroepelijk werd veroordeeld tot een werkstraf voor gezamenlijke openlijke geweldpleging.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat appellant zijn plichten uit de vertrouwensfunctie getrouw zal vervullen, mede gelet op de zwaarte van de opgelegde straf en het belang van nationale veiligheid. Appellant voerde aan dat de veroordeling onterecht was en dat zijn persoonlijke omstandigheden en functioneren dit niet rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De minister heeft beoordelingsruimte en mag de veroordeling, de aard van het strafbare feit en de functie-eisen meewegen. Ook al heeft appellant goed gefunctioneerd, de ernst van het delict en het feit dat de functie toegang tot beveiligde zones geeft, rechtvaardigen de intrekking. De belangenafweging tussen nationale veiligheid en appellant zijn belang bij behoud van de verklaring valt in het voordeel van de minister uit.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt de intrekking van de verklaring van geen bezwaar. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd vanwege onvoldoende waarborgen voor het getrouwelijk vervullen van de vertrouwensfunctie.