ECLI:NL:RVS:2017:764
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging duur advocatenstage
Appellante voerde bezwaar tegen de verlenging van haar advocatenstage en stelde dat zij recht had op een verklaring van voltooiing van haar stage. Zij betoogde dat een mondeling besluit tot verlenging was genomen tijdens een gesprek op 23 oktober 2015 en dat zij daardoor schade had geleden.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de algemene raad de stage later formeel had verlengd en appellante geen concrete schade aannemelijk had gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en overweegt dat er op de datum van het vermeende mondelinge besluit geen formeel besluit was genomen, zoals vereist volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Verder faalt het verweer dat sprake zou zijn van een mondeling besluit waartegen beroep mogelijk is, aangezien geen schriftelijke vastlegging of bevoegd besluit is vastgesteld. Ook het argument dat het beroep prematuur was ingesteld wordt verworpen, omdat het formele besluit pas later is genomen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de advocatenstage is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.