Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2017:782

Raad van State

Datum uitspraak
22 maart 2017
Publicatiedatum
23 maart 2017
Zaaknummer
201604222/3/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.18 WaboArt. 6 Bomenverordening Schiedam 2011Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor kap bomen in Schiedam

Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 20 november 2014 een omgevingsvergunning voor het kappen van één boom in de Stephensonstraat en drie bomen in de Wattstraat, met een voorschrift tot herplant. Verzoeker, wonend in Schiedam, maakte bezwaar tegen deze vergunning, onder meer omdat hij als imker belang hecht aan bloeiende boomsoorten voor zijn bijen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de afstand van meer dan 100 meter tussen de woning van verzoeker en de te kappen bomen.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het door verzoeker ingestelde beroep tegen deze beslissing ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht na de zitting op 21 maart 2017 de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te verwachten dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank niet in stand zullen blijven. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen wordt afgewezen.

Uitspraak

201604222/3/A1.
Datum uitspraak: 22 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Schiedam,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2016 in zaak nr. 15/4053 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Schiedam.
Procesverloop
Bij besluit van 20 november 2014 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van één boom in de Stephensonstraat en drie bomen in de Wattstraat te Schiedam en daaraan een voorschrift tot herplant verbonden.
Bij besluit van 20 mei 2015 heeft het college opnieuw besloten op het daartegen gemaakte bezwaar en, voor zover thans van belang, het bezwaar, voor zover gemaakt door [verzoeker], niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 25 april 2016 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld, dat op 21 maart 2017 ter zitting is behandeld. Hij heeft na die zitting de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. Het college heeft de aanvraag om omgevingsvergunning getoetst aan artikel 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 6 van Pro de Bomenverordening Schiedam 2011. Omdat er geen gronden waren om de omgevingsvergunning te weigeren, heeft het college de vergunning verleend. Het college heeft het bezwaar van [verzoeker] tegen de verleende omgevingsvergunning niet-ontvankelijk verklaard, omdat de afstand tussen zijn woning en de te kappen bomen meer dan 100 m bedraagt. De rechtbank heeft het daartegen door [verzoeker] ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. [ verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat het niet noodzakelijk is direct tot het kappen van de bomen over te gaan. Hij wijst er verder op dat de omgevingsvergunning ten onrechte verplicht tot de aanplant van de boomsoort Robinia Bessonia. Volgens [verzoeker] is dit geen bloeiende boomsoort. Nu hij imker is en zijn bijen tot 3 km vliegen, is het in het belang van zijn bijen dat er wordt gekozen voor boomsoorten die bloeien.
3.1. De voorzieningenrechter is op voorhand van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak en het bij de rechtbank bestreden besluit niet in stand zullen blijven, althans dat de omgevingsvergunning en het daaraan verbonden voorschrift tot herplant uiteindelijk niet in stand zullen blijven. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.
4. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Pieters
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2017
473.