ECLI:NL:RVS:2017:788
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 20 januari 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De staatssecretaris voerde onder meer aan dat de verklaringen van de vreemdeling anders geïnterpreteerd moesten worden, maar dit standpunt kon niet worden betrokken bij de beoordeling van het hoger beroep omdat het niet eerder was ingenomen in het besluit of het voornemen.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond is en dat ook het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet tot vernietiging van de uitspraak kan leiden. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.