ECLI:NL:RVS:2017:799
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in Wob-procedure wegens onjuiste kostenberekening
In deze zaak heeft de korpschef van politie een Wob-verzoek van appellant buiten behandeling gesteld, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde appellant in de proceskosten van de korpschef tot €1.521,20.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte hem in de proceskosten had veroordeeld, onder meer omdat de korpschef niet door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener maar door een medewerker was vertegenwoordigd, en dat onjuist procespunten waren toegekend voor een nadere zitting. Ook was de vergoeding van reiskosten onjuist berekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onterecht kosten toekende voor proceshandelingen verricht door een medewerker, dat slechts 0,5 procespunt in plaats van 1 toegekend had moeten worden voor de nadere zitting, en dat de reiskostenvergoeding gehalveerd moest worden. De proceskostenveroordeling werd vernietigd en appellant veroordeeld tot een vergoeding van €264,10. Tevens werd het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling van €1.521,20 wordt vernietigd en appellant wordt veroordeeld tot betaling van €264,10 aan proceskosten.