ECLI:NL:RVS:2017:808
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Toekenning huisnummer aan bijgebouw als zelfstandig verblijfsobject
Het geschil betreft de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Brunssum om aan een bijgebouw op het achtererf van een woning een huisnummer toe te kennen. Het college baseerde de afwijzing op het feit dat het bijgebouw niet als een zelfstandig verblijfsobject kon worden aangemerkt, mede vanwege het ontbreken van een eigen exclusieve toegang en nutsvoorzieningen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens onzorgvuldige voorbereiding en gebrekkige motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar. Zowel appellant als het college gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bijgebouw, dat door de zoon van appellant als zelfstandige woning wordt gebruikt, voldoet aan de criteria van een verblijfsobject zoals omschreven in de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet bag).
De Afdeling stelde dat het vereiste van een eigen afsluitbare toegang niet ziet op exclusiviteit van ontsluiting, maar op exclusief gebruik, en dat het ontbreken van nutsvoorzieningen niet bepalend is voor de kwalificatie als verblijfsobject. Het college heeft het verzoek ten onrechte afgewezen. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college moet het verzoek om een huisnummer toe te kennen aan het bijgebouw honoreren omdat het als zelfstandig verblijfsobject wordt aangemerkt.