ECLI:NL:RVS:2017:811
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs na medicatie en psychiatrische diagnose
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig vanwege een psychiatrische diagnose van schizofrenie en het niet voldoen aan de vereiste recidiefvrije periode van twee jaar. Dit volgde op een incident waarbij appellant onder invloed van medicatie op de snelweg liep en wazig gedrag vertoonde. Appellant verzette zich tegen het besluit, maar het bezwaar en beroep werden door het CBR en de rechtbank afgewezen.
Appellant stelde dat zijn brief van 28 januari 2015 ten onrechte als bezwaarschrift was aangemerkt en dat het CBR onzorgvuldig had gehandeld. De rechtbank wees zijn verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat het CBR niet aan hem tegemoet was gekomen. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze beslissing, maar veroordeelde het CBR wel tot vergoeding van de proceskosten die appellant in hoger beroep had gemaakt vanwege slordige besluitvorming.
De Afdeling oordeelde verder dat appellant na het instellen van hoger beroep had berust in het besluit van 12 oktober 2015 en dat latere gronden buiten beschouwing moesten blijven. Hoewel fouten in de procedure werden erkend, was het beroep ongegrond en bleef het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd met een proceskostenvergoeding aan appellant wegens slordige besluitvorming.