ECLI:NL:RVS:2017:831
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst tussenuitspraak over toepassing Wet bescherming persoonsgegevens op DHW-vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde verzoeken van appellanten om hun namen te verwijderen uit een DHW-vergunning en om schadevergoeding toe te kennen. Het college stelde dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet van toepassing was omdat de vergunning geen bestand zou zijn in de zin van de Wbp. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten niet-ontvankelijk.
De Raad van State oordeelt dat de digitale verwerking van de DHW-vergunning en het daaraan verbonden voorschrift wel onder de Wbp valt, omdat het een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens betreft. Het college heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Verder is het college niet bevoegd om artikel 36 van Pro de Wbp buiten toepassing te laten met een beroep op artikel 43 Wbp Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij het verzoek om verwijdering van de namen opnieuw wordt beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van artikel 36 Wbp Pro. Tevens moet het college gemotiveerd ingaan op het verzoek om schadevergoeding. De tussenuitspraak betreft herstel van gebreken in het besluit van 24 november 2015.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij het bezwaar van appellanten opnieuw wordt beoordeeld volgens artikel 36 Wbp.