ECLI:NL:RVS:2017:837
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit plaatsing ondergrondse restafvalcontainers in Nassaubuurt wegens onvoldoende zorgvuldige locatiekeuze
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 8 maart 2016 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Nassaubuurt. Appellanten voerden bezwaar aan tegen de aanwijzing van locatie 48-13 tegenover hun woning vanwege onder meer geluidshinder, verlies van parkeerruimte, aantasting van het straatbeeld en waardevermindering.
Na een gewijzigde vaststelling van het plaatsingsplan op 29 november 2016 handhaafde het college de locatie 48-13. De Raad van State verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en behandelde het beroep tegen het gewijzigde besluit. Het college had randvoorwaarden gehanteerd zoals maximale loopafstand, minimale parkeerplaatsverlies en behoud van straatbeeld.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden toegelicht waarom de locatie onaanvaardbaar was vanwege genoemde nadelen, behalve voor het gevaar voor kinderen. Wel stelde de Raad vast dat het college onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door de locatie 48-13 te handhaven terwijl alternatieve locaties met minder nadelen mogelijk waren en de loopafstanden met de gewijzigde locatie 48-12D niet meer dan 75 meter zouden bedragen.
Daarom werd het besluit van 29 november 2016 vernietigd voor zover locatie 48-13 werd aangewezen. Het college hoeft bij een nieuw besluit geen toepassing te geven aan afdeling 3.4 van de Awb. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 29 november 2016 tot aanwijzing van locatie 48-13 voor plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.