ECLI:NL:RVS:2017:839
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Nassaubuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 8 maart 2016 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Nassaubuurt, waaronder locaties aan de Jozef Israëlslaan. Appellant betwistte dit besluit en voerde aan dat het college zich baseerde op ondeugdelijke parkeeronderzoeken, dat de plaatsing tot waardedaling van woningen zou leiden en dat het college geen omgevingsvergunning had.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende concrete onderbouwing gaf voor zijn bezwaren over het parkeeronderzoek en dat het college de parkeerdruk correct had beoordeeld. De Afdeling vond dat het verlies van parkeerplaatsen niet onevenredig was en dat het college redelijkerwijs mocht aannemen dat de plaatsing van ORAC's niet tot waardedaling van woningen leidt, waarbij eigenaren schade kunnen claimen via het college.
Ten aanzien van de omgevingsvergunning stelde de Afdeling vast dat volgens het Besluit omgevingsrecht voor deze containers geen vergunning vereist is omdat de bovengrondse delen niet hoger zijn dan 2 meter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.