ECLI:NL:RVS:2017:880

Raad van State

Datum uitspraak
30 maart 2017
Publicatiedatum
30 maart 2017
Zaaknummer
201608659/2/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijzigingsplan Loon op Zand

Het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand stelde op 4 oktober 2016 een wijzigingsplan vast voor een voormalig agrarisch perceel, met het oog op hergebruik waaronder wonen in de voormalige boerderij en kinderopvang voor speciaal onderwijs.

Verzoeker maakte bezwaar tegen het plan en vreesde dat de nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden, met name de kinderopvang, tot onomkeerbare situaties zouden leiden vóór de bodemprocedure was afgerond. De eigenaar van het perceel, belanghebbende, deed toezeggingen geen bouwactiviteiten of gebruik te ontplooien zolang het beroep loopt.

De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. De rechter wees het verzoek af, met de kanttekening dat een nieuw verzoek mogelijk is indien onomkeerbare ontwikkelingen zich alsnog voordoen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 30 maart 2017 door voorzieningenrechter Van Sloten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het wijzigingsplan is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

201608659/2/R2.
Datum uitspraak: 30 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Loon op Zand,
en
het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 4 oktober 2016 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie] te Loon op Zand" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [belanghebbende]) hebben als belanghebbende partij een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar het college, vertegenwoordigd door mr. P.J. Dudok, is verschenen. Voorts is [belanghebbende] ter zitting gehoord.
Overwegingen
1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.    Het wijzigingsplan beoogt hergebruik mogelijk te maken van een voormalig agrarisch perceel door wijziging van de agrarische bestemming. Het is daarbij de bedoeling dat [belanghebbende] gaat wonen in de voormalige boerderij. Verder is beoogd ter plaatse onder meer buitenschoolse opvang mogelijk te maken van kinderen die bij het speciaal onderwijs staan ingeschreven. Daarbij is mede beoogd ook logeren als respijtopvang, crisisopvang en opvang in het weekend mogelijk te maken.
3.    [verzoeker] voert aan dat het plan voorziet in verschillende nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden. Hij wijst in dit verband in het bijzonder op de opvang van kinderen, waarbij buitenspelen op korte afstand van zijn woning mogelijk is. Deze activiteiten zullen zich elke dag, ook in de weekenden en de schoolvakanties, voordoen.
4.    De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of er een spoedeisend belang is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter het volgende. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel [locatie]. Hij vreest dat daarvan al gebruik zal worden gemaakt vóór de uitspraak van de Afdeling over het wijzigingsplan in de bodemprocedure en dat hij op die manier met ontwikkelingen zal worden geconfronteerd die niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, ook als de Afdeling het plan zou vernietigen.
[belanghebbende], de eigenaar en huidig en toekomstig gebruiker van het perceel, heeft toegezegd hangende de behandeling van het beroep tegen het wijzigingsplan geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen te zullen aanvragen. Ter zitting heeft [belanghebbende] verder toegezegd hangende die behandeling ter plaatse geen veranderingen aan te brengen en ook geen enkele activiteit te zullen ontplooien, ook niet met betrekking tot kinderopvang.
5.    Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang is dat het treffen van de gevraagde voorziening rechtvaardigt. Overigens merkt de voorzieningenrechter op dat het [verzoeker] vrij staat een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in te dienen als mocht blijken dat zich toch onomkeerbare ontwikkelingen dreigen voor te doen voordat de Afdeling uitspraak heeft kunnen doen op het beroep tegen het wijzigingsplan. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.
w.g. Van Sloten    w.g. Matulewicz
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2017
45.