ECLI:NL:RVS:2017:884

Raad van State

Datum uitspraak
5 april 2017
Publicatiedatum
3 april 2017
Zaaknummer
201603777/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

De vreemdeling heeft bij besluit van 2 december 2015 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond in haar uitspraak van 22 april 2016. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.

In het hoger beroep heeft de vreemdeling een nader stuk ingediend, maar de Raad van State oordeelt dat de aangevoerde gronden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Er zijn geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken.

De Raad van State verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Uitspraak

201603777/1/V2.
Datum uitspraak: 5 april 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 22 april 2016 in zaak nr. 15/22685 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 2 december 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
Bij uitspraak van 22 april 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I.M. van Kuilenburg, advocaat te 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.R. Fernandez, griffier.
w.g. Van der Wiel    w.g. Fernandez
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2017
753.