ECLI:NL:RVS:2017:889
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 1 december 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 februari 2017 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank ten onrechte een gebrek in de toepassing van de Vreemdelingenwet 2000 had gepasseerd zonder de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris de proceskosten aan de vreemdeling moest vergoeden, omdat het gebrek in de procedure was vastgesteld.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de proceskostenveroordeling ontbrak, bevestigde het overige oordeel van de rechtbank, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 1.980 aan proceskosten voor de vreemdeling.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.980 aan proceskosten aan de vreemdeling.