ECLI:NL:RVS:2017:894
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks geloofwaardige bedreigingen
De vreemdeling, een christen uit Pakistan, werd bedreigd na een woordenwisseling met moslims en een fatwa die tegen hem was uitgesproken. Hij moest onderduiken in verschillende steden, waaronder Lahore, waar hij zes maanden zonder problemen verbleef. De staatssecretaris wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af omdat hij zich in Lahore kon vestigen en niet aannemelijk was dat een landelijke organisatie hem zocht.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling het voordeel van de twijfel toekwam en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de fatwa niet door een landelijke organisatie zou zijn uitgevaardigd. De staatssecretaris en de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling zich in Lahore kon vestigen en dat hij niet voldoende had gemotiveerd waarom de landelijke organisatie niet achter de fatwa zou zitten, maar dat dit niet tot vernietiging van het vonnis leidde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.