ECLI:NL:RVS:2017:905
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens onjuiste beoordeling hoofdverblijf
Appellant diende een aanvraag in voor voorzieningen op grond van de Remigratiewet, welke door de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank op 29 juli 2014 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde de raad van bestuur deze afwijzing bij besluit van 20 januari 2015. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het daarop ingestelde beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de raad van bestuur ten onrechte het begrip hoofdverblijf had geïnterpreteerd aan de hand van het oude recht, terwijl de gewijzigde Remigratiewet per 1 juli 2014 van toepassing was. De raad van bestuur had moeten beoordelen waar appellant zijn feitelijke woonstede had, zoals voorgeschreven in artikel 1 van Pro de Remigratiewet. Door dit niet te doen was het besluit van 20 januari 2015 niet deugdelijk gemotiveerd en moest het worden vernietigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad van bestuur, en bepaalde dat de raad van bestuur een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De raad van bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de raad van bestuur wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de juiste wettelijke normen.