ECLI:NL:RVS:2017:942
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenveroordeling bij intrekking omgevingsvergunning retailpark Almere
Het college van burgemeester en wethouders van Almere verleende in 2012 omgevingsvergunningen voor de bouw van een retailpark in Almere-Poort. Buiten-Mere Properties B.V., eigenaar van panden in een ander winkelcentrum te Almere, stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelde dat Buiten-Mere geen belanghebbende was en wees haar bezwaar grotendeels af, maar veroordeelde het college wel tot vergoeding van proceskosten.
Buiten-Mere stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, met name tegen het oordeel over haar belanghebbendheid en de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Raad van State overwoog dat het belang van Buiten-Mere bij de inmiddels ingetrokken vergunningen is komen te vervallen en dat het oordeel van de rechtbank over belanghebbendheid niet bindend is voor toekomstige procedures.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende punten toekende voor bepaalde proceshandelingen en een te lage wegingsfactor hanteerde. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak over de proceskostenveroordeling en veroordeelde het college tot een hogere vergoeding van € 2.726,00 aan proceskosten, inclusief terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van € 2.726,00.