Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2017:956

Raad van State

Datum uitspraak
17 maart 2017
Publicatiedatum
5 april 2017
Zaaknummer
201701634/1/A1 en 201701634/2/A1.
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omgevingsvergunning ondanks eigendomsgeschil over overkapping

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die betrekking heeft op de realisatie van een overkapping. De kern van het geschil is of deze overkapping op grond wordt gerealiseerd die eigendom is van appellanten.

De Raad van State heeft op 17 maart 2017 tijdens een openbare zitting het hoger beroep behandeld en de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 20 februari 2017 bevestigd. Uit de bij de vergunning behorende tekeningen blijkt niet dat de overkapping op grond van appellanten wordt gerealiseerd. Hoewel een detailtekening een geringe afstand tussen de overkapping en een muur van appellanten toont, is deze tekening niet bedoeld om de exacte afstand weer te geven.

Daarnaast ontbreekt een kadastrale kaart waarop de overkapping is ingetekend en die zou aantonen dat de overkapping op grond van appellanten staat. Hierdoor is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering die de vergunningverlening in de weg staat. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vergunning wordt bevestigd.

Uitspraak

201701634/1/A1 en 201701634/2/A1.
Datum uitspraak: 17 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van Pro die wet, op het hoger beroep van:
[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Zuiderwoude, gemeente Waterland (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),
appellanten,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) van 20 februari 2017 in zaken nrs. 16/5451 en 16/5124 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Waterland.
Openbare zitting gehouden op 17 maart 2017 om 11.00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
griffier: mr. J.A.A. van Roessel
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door mr. W. Visser, rechtsbijstandverlener te Apeldoorn;
Het college, vertegenwoordigd door mr. J.S. Haakmeester, advocaat te Baarn;
[partij A] en [partij B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [partij]).
Beslissing
I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.    wijst het verzoek af.
Gronden
•     [partij] heeft aangegeven dat de aanvraag om een omgevingsvergunning ziet op een overkapping die gerealiseerd wordt op grond die bij hem in eigendom is;
•    Het college heeft aangegeven dat de verleende omgevingsvergunning ziet op een overkapping die gerealiseerd wordt op grond van [partij];
•    Op basis van de bij de omgevingsvergunning behorende tekeningen kan niet worden vastgesteld dat deze vergunning een overkapping toestaat op grond die eigendom is van [appellant];
•     Weliswaar is de afstand tussen de overkapping en een muur van [appellant] op detailtekening 5 gering, maar dat doet aan het voorgaande niet af, aangezien aannemelijk is dat deze tekening niet specifiek ten doel heeft de exacte afstand tussen deze objecten weer te geven;
•    Voorts is geen kadastrale kaart aanwezig waarop de overkapping is ingetekend en waaruit zou blijken dat deze wordt gerealiseerd op grond van [appellant];
•    Gelet op het voorgaande is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de verlening van de omgevingsvergunning in de weg stond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Borman    w.g. Van Roessel
voorzitter    griffier
457-757.