ECLI:NL:RVS:2017:976
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Archipelbuurt
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 10 januari 2017 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de Archipelbuurt. Bewoners, waaronder appellant, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege de locatiekeuze nabij hun woningen.
De voorzieningenrechter onderzocht of het college de locatie in redelijkheid had kunnen aanwijzen, waarbij rekening werd gehouden met randvoorwaarden zoals maximale loopafstand en minimale verstoring van kabels en leidingen. Bewoners voerden aan dat zij ongelijk werden behandeld, dat zij stank- en verkeersoverlast zouden ervaren, en dat alternatieve locaties geschikter waren.
Het college gaf toelichting dat de locatiekeuze zorgvuldig was gemaakt, dat stankoverlast minimaal is door het ontwerp van de ORAC’s, dat het legen van de containers weinig verkeershinder veroorzaakt, en dat alternatieve locaties minder geschikt waren vanwege langere loopafstanden en technische beperkingen. De voorzieningenrechter vond geen grond om het college te verwijten dat het besluit niet redelijk was genomen en wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers in de Archipelbuurt wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.