ECLI:NL:RVS:2017:980
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 7 augustus 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 6 september 2016 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet op voorhand aannemelijk was dat de uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar was. De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat het hoger beroep is beslist en dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, op 10 april 2017. De proceskostenvergoeding bedroeg €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.