ECLI:NL:RVS:2017:99
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord wegens onredelijke wijzigingsbevoegdheid
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep van een appellant tegen het bestemmingsplan 'Heerlen-Stad Noord', vastgesteld op 29 september 2015 door de raad van de gemeente Heerlen. De appellant betwistte de wijzigingsbevoegdheid in artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1, waarin een termijn van één jaar na inwerkingtreding van het plan werd gesteld als voorwaarde voor het verwijderen van de planologische mogelijkheid tot realisatie van zorgwoningen.
De Afdeling stelde vast dat deze termijn niet redelijk was, mede omdat de datum van oplevering van de zorgwoningen onzeker bleef zolang de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan niet onherroepelijk waren. De raad erkende dit tijdens de zitting, maar had dit niet in het oorspronkelijke besluit verwerkt, waardoor het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid. Het beroep van de appellant werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de wijzigingsbevoegdheid betrof.
Vervolgens nam de raad op 19 oktober 2016 een reparatiebesluit waarbij de wijzigingsbevoegdheid werd aangepast: de termijn werd gekoppeld aan het moment waarop het plan onherroepelijk werd. De appellant trok haar beroep tegen dit reparatiebesluit in, terwijl andere belanghebbenden dit beroep ongegrond zagen. De Afdeling oordeelde dat het eerdere oordeel over de wijzigingsbevoegdheid in de tussenuitspraak bindend was en wees het beroep van de belanghebbenden af.
Ten slotte werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellant, inclusief het griffierecht. De Afdeling verklaarde het beroep van de appellant gegrond, vernietigde het oorspronkelijke besluit voor het onredelijke onderdeel en verklaarde het beroep tegen het reparatiebesluit ongegrond.
Uitkomst: Het oorspronkelijke bestemmingsplan is vernietigd voor de onredelijke wijzigingsbevoegdheid; het reparatiebesluit blijft van kracht en het beroep daarop is ongegrond.