ECLI:NL:RVS:2017:999
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens ontbreken onderhuurovereenkomst
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen de terugvordering van teveel betaalde huurtoeslag over 2012 en 2013 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst stelde dat een persoon als medebewoner moest worden aangemerkt en diens toetsingsinkomen moest worden meegerekend, omdat geen geldige schriftelijke onderhuurovereenkomst was overgelegd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat het bewijs van onderhuur alleen door een schriftelijke overeenkomst geleverd kan worden en appellant deze niet had overgelegd. In hoger beroep stelde appellant dat zij inmiddels een onderhuurovereenkomst had gevonden en overgelegd, maar deze overeenkomst was summier en ontbrak een essentiële tegenprestatie, waardoor deze niet als geldige onderhuurovereenkomst kon worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst terecht de persoon als medebewoner had aangemerkt en diens inkomen had betrokken bij de huurtoeslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huurtoeslag bevestigd.