ECLI:NL:RVS:2018:1001
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens en onvoldoende identiteitstoetsing
De staatssecretaris heeft bij besluit van 19 juli 2016 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken omdat zij onjuiste gegevens had verstrekt en gegevens had achtergehouden die tot afwijzing van haar asielaanvraag zouden hebben geleid. Dit betrof met name het gebruik van verschillende namen en het bezit van een Italiaans visum onder een andere naam.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat zij vond dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling dezelfde persoon was als degene die het visum had ontvangen en dat onvoldoende was onderzocht of het visum authentiek was. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende bewijs had geleverd, waaronder documenten en verklaringen van derden, en dat de vreemdeling haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt. De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd.
De Raad ging niet mee in het beroep van de vreemdeling op artikel 8 EVRM Pro, omdat de vreemdeling onvoldoende objectieve belemmeringen had aangetoond om haar privéleven in het land van herkomst of elders uit te oefenen, mede door haar onjuiste gegevensverstrekking.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.