ECLI:NL:RVS:2018:1017
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij vreemdelingenbewaring in hoger beroep
De vreemdeling is op 2 januari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld bij twee besluiten. Tegen de eerste maatregel stelde hij beroep in, waarna de rechtbank hem in het gelijk stelde en de staatssecretaris veroordeelde tot een proceskostenvergoeding van € 501,00. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toegepaste wegingsfactor bij de berekening van de proceskostenvergoeding. De rechtbank had de wegingsfactor 'licht' (0,5) toegepast, terwijl volgens de Afdeling de behandeling van een bezwaar- en beroepsprocedure in beginsel tot de categorie 'gemiddeld' (1,0) behoort, tenzij er duidelijke redenen zijn om hiervan af te wijken. De rechtbank had ten onrechte de lagere factor toegepast omdat de beroepen tegen beide maatregelen samenhangend zijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de proceskostenvergoeding bepaalde, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van € 1.252,50 aan de vreemdeling, inclusief de kosten van het hoger beroep. De Afdeling paste voor het hoger beroep zelf de wegingsfactor 'licht' toe, omdat het hoger beroep uitsluitend gericht was tegen de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van € 1.252,50 aan de vreemdeling.