ECLI:NL:RVS:2018:1058
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren voor rechtsbijstand ondanks overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor extra uren rechtsbijstand ongegrond verklaarde. Appellant had een aanvraag ingediend voor extra uren voor zijn Servische advocaat in een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De raad wees deze aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de zaak zodanig complex was dat extra uren gerechtvaardigd waren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege overschrijding van de redelijke termijn en kende appellant een schadevergoeding van €500 toe, maar handhaafde het besluit zelf. Appellant voerde in hoger beroep aan dat sprake was van discriminatie van zijn Servische advocaat en dat de schadevergoeding te laag was, mede gezien de lange duur van de procedure.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de zaak uiterst bewerkelijk was en dat de schadevergoeding passend was bij een overschrijding van vier maanden. De klachten faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.