ECLI:NL:RVS:2018:1065
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortzetting huisverbod wegens dreiging gevaar binnen woning
De burgemeester van Amsterdam legde op 22 januari 2017 een huisverbod op aan de wederpartij vanwege een incident met geweld in de woning, waarbij gevaar werd geacht voor de moeder en het broertje van de wederpartij. Dit huisverbod werd op 31 januari 2017 verlengd omdat het systeemgesprek tussen wederpartij en moeder nog niet had plaatsgevonden en de dreiging voortduurde.
De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij tegen de verlenging gegrond en vernietigde het besluit met ingang van 10 februari 2017, de dag na het geplande systeemgesprek. De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om het huisverbod voortijdig te beëindigen omdat nog geen reële aanvang met hulpverlening was gemaakt en de dreiging daardoor niet kon worden uitgesloten. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond, waardoor het huisverbod bleef gelden tot de door de burgemeester bepaalde termijn.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van de voortzetting van het huisverbod en de noodzaak van daadwerkelijke hulpverlening om de dreiging te verminderen. De Afdeling volgde daarmee het standpunt van de burgemeester dat het systeemgesprek alleen onvoldoende is om het gevaar weg te nemen.
Uitkomst: Het huisverbod blijft van kracht omdat het gevaar voor de veiligheid niet is weggenomen.