ECLI:NL:RVS:2018:1070
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris heeft op 14 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 februari 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 27 maart 2018 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en in het licht van een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende het hoger beroep opvang en verstrekkingen kan ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.