ECLI:NL:RVS:2018:1073
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 25 januari 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 26 februari 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens moet de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 maart 2018. De beslissing zorgt ervoor dat de vreemdeling beschermd wordt tegen uitzetting gedurende de procedure en dat zijn proceskosten worden vergoed.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.