ECLI:NL:RVS:2018:1074
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking vergoedingen rechtsbijstand door Raad voor Rechtsbijstand
Bij besluiten van 6 december 2016 heeft de Raad voor Rechtsbijstand de vergoedingen voor rechtsbijstand in 18 zaken ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld, dat door de rechtbank Den Haag op 27 februari 2018 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om schorsing van belang is vanwege de samenhang met een aanstaande zitting bij het Hof van Discipline over de schrapping van verzoeker van het tableau. De Raad voor Rechtsbijstand heeft de intrekking van de vergoedingen gebaseerd op controle voorafgaand aan de vaststelling, maar heeft geen sluitende motivering gegeven voor de intrekking achteraf op grond van de Awb.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang van verzoeker voldoende aangetoond en besluit de besluiten van 6 december 2016 en 9 mei 2017 te schorsen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed. De voorzieningenrechter bevordert dat het hoger beroep spoedig door een meervoudige kamer wordt behandeld.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de intrekkingsbesluiten en gelast vergoeding van het griffierecht.